november 10, 2024

Filosofische soep

Filosofische soep

Zondagochtend in de keuken met de jongste van vijf jaar (de kleine filosoof), want zondag-soepdag. Waar ik sterk de behoefte voel alleen te zijn met mijn gedachten en een halfslachtige poging doe haar te verjagen met het snijden van uien en in haar oren lelijke muziek, voelt zij een volhardende urgentie tot juist een samenvloeien met mijn gedachten en het maken van mandarijntjeslimonade volgens eigen recept. Zo belanden we in een gesprek over angst (met enige regelmaat afgewisseld met: “bah, wat is dit nu weer voor vreselijke muziek”). Want waarom is mama bang voor zwarte renspinnen en krabben, en zij voor dinosauriërs? We overpeinzen dat de bron van angst vaak in het verleden of in de toekomst ligt. Een vage herinnering aan een zwarte spin onder mijn kussen, drijft boven. Angst is in het onverwachte, in het verlies van controle, in een gedachte aan wat zou kúnnen gebeuren, echter wat maar zelden werkelijkheid wordt, zo concluderen we.

“Wat kunnen we dan doen om onze angsten te stoppen?” vraag ik haar. De groenten zitten in de soeppan en de pijn van een prikkend oog (de uien…) is weggekust. “Ik wil niet dat de angsten stoppen, want anders wordt het leven te makkelijk, dan heb ik geen uitdaging meer. Ik zou ook zomaar onder een auto kunnen komen als ik geen angst heb, dan ben ik ineens dood. Zou ik zonder angst nog wel driftbuien kunnen hebben, nog wel kunnen huilen?”
Juist. Angst, emoties. We zullen het ermee moeten doen. Wat valt er anders nog te overwinnen?